Schuldeiser van een VOF: wie kan er worden aangesproken?

De VOF is een bijzondere bedrijfsvorm, die nog steeds vaak voorkomt. Als schuldeiser van een VOF heeft u verschillende verhaalsmogelijkheden. In een recente uitspraak van de Rechtbank Limburg wordt alleen de vennoot voor een vordering in rechte aangesproken en niet de VOF zelf. Mag dit?

De VOF als bedrijfsvorm

In ons rechtssysteem worden verschillende ondernemingsvormen onderscheiden. Personenvennootschappen, zoals de maatschap en de vennootschap onder firma (VOF) hebben geen rechtspersoonlijkheid. Zij worden gekenmerkt doordat zij worden opgericht door een overeenkomst te sluiten. De wet geeft aan dat de v.o.f. een bijzondere vorm van de maatschap is. Artikel 16 van het Wetboek van Koophandel stelt: “De vennootschap onder eene firma is de maatschap, tot de uitoefening van een bedrijf onder eenen gemeenschappelijken naam aangegaan.” Het sluiten van een overeenkomst is vormvrij. Dit betekent dat een VOF ook zonder dat er schriftelijk iets is vastgelegd, kan bestaan.

Vennoten VOF hoofdelijk aansprakelijk

Een van de belangrijkste consequenties van een VOF, is dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de VOF. Artikel 18 van het Wetboek van Koophandel stelt: “In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.”

Lening aan de VOF verstrekt

De zaak die recent speelde bij de rechtbank Limburg, ging over de vraag wie aangesproken kon worden voor een vordering op de VOF. De VOF zelf, of – zoals in deze casus aan de orde was – een vennoot in privé? De gedaagde was vennoot van een VOF en had geld nodig. De eisende partij was een familielid die dit geld wel kon lenen. Hoewel partijen een vreemde constructie bedachten om dit geld uit te lenen (over en weer werden facturen voor de aankoop van een paard verstuurd), was dit niet heel belangrijk voor de beoordeling door de rechtbank. De VOF betaalde de lening niet terug en ook de afbetalingsregeling werd niet nagekomen. De eisende partij startte daarop een incassoprocedure tegen de vennoot in persoon, en niet tegen de VOF.

Procedure tegen afzonderlijke vennoot mogelijk?

De advocaat van de vennoot heeft in deze procedure als verweer aangevoerd dat de eiser de overeenkomst niet met hem maar met de VOF is aangegaan. Hoewel de rechtbank oordeelt dat dit klopt, heeft dit volgens de rechtbank niet het gevolg dat de vordering moet worden afgewezen. Immers, op grond van artikel 18 van het Wetboek van Koophandel zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de VOF. Een schuldeiser van de VOF heeft dus eigenlijk twee vorderingsrechten; één vorderingsrecht tegen de gezamenlijke vennoten c.q. de VOF, en één vorderingsrecht tegen de vennoten persoonlijk. Een schuldeiser mag er dus voor kiezen om de vordering te verhalen op de vennoot van de VOF in persoon. Hiervoor kan bijvoorbeeld worden gekozen indien de vennoot persoonlijk meer verhaalsmogelijkheden heeft dan de VOF. De vordering van eiser wordt door de rechtbank toegewezen. 

Heeft u een openstaande vordering op een onderneming en wordt deze niet betaald volgens afspraak? Neem gerust telefonisch contact op met onze gespecialiseerde incasso-advocaten 079-3203366 of via de e-mail: info@bosvanderburg.nl.